HomeNieuwsBoekenSchrijversCatalogiPersColumnsLinksContact
 

Twitter Facebook


L.J. Veen E-books
De muur
L.J. Veen Klassiek

 
Lees nu een fragment uit 'De Muur 23'
Nando Boers

Parijs-Roubaix, zondag 13 april 2008

De weg slingert rustig door het kalme landschap. Het is hier rustig. Af en toe draait een trekker de weg op, of een melkwagen. Er is ook een srv-wagen die met knipperende lichten halt heeft gehouden voor een boerderij. Het is niet alleen rustiger, de wegen zijn ook een stuk gelijkmatiger dan in Noord-Frankrijk, tussen Compiègne en Roubaix, waar soms nog karrensporen de dorpen met elkaar verbinden. Er ligt daar blubber, er loeren greppels in de berm en er is steenslag.

In Twente niet. Zo’n beetje alles iets ten noorden van Almelo lijkt netjes te zijn aangeharkt. Zelfs de heggen in de velden zien er keurig gedecoreerd uit en de groet bomen die la eeuwen op de erven staan, ogen tiptop. In Ootmarsum zijn achter de hekjes de tuintjes aan kant en glimmen de ruiten in de kozijnen. Ik heb er mijn auto geparkeerd in een eenvoudige straat.

Ik moet denken aan een opmerking van Piet Hoekstra, die ik ’s morgens heb teruggevonden in mijn aantekeningen. In ’s-Heerenberg waren ze erg enthousiast geweest tijdens het intakegesprek met Tom Veelers, op de eerste etage van hotel de Lantscroon. Rudie Kemna, die vooral voorzichtigheid had gepredikt, had ook geroepen: ‘Jij moet gaan winnen. Ik zie een soort Maarten Tjallingii in je en jij bent zo’n mannetje dat, als-ie in koers is, ook wil winnen.’

Piet was ook enthousiast, maar hij remde de zaak al wat af. Hij zat kauwgumpje kauwend tegenover Tom en zei halverwege het intakegesprek: ‘Geduld jongen, het moet niet allemaal op de heenweg.’

Ik zie dat de televisie aanstaat. Tom heeft de dvd die hij voor de gelegenheid van Floris Goesinnen heeft geleend, al in de recorder gestopt. Ik zag het al toen ik over de stoep kwam aanlopen, in de totaal oranje versierde straat, vanwege het ek voetbal.

Tom is alleen thuis. Zijn moeder werkt in een kledingzaak om de hoek en zijn vader komt later thuis. Hij doet dingen in de bouw, zo valt op te maken uit het logo op zijn trui. Vader Veelers gaat straks verder met de aanleg van een tuinvijver. Toms vriendin Suzanne is vanavond naar een concert van Guus Meeuwis.

Binnen zit King in een soort vogelkooitje, maar dan voor honden. Als het hondje – een pekineesje denk ik – is losgelaten, begint hij direct aan mijn computertas te likken. Die heb ik tegen een poot van de salontafel aangezet. En dat doet King het liefst de hele tijd. King is het hondje dat Tom aan zijn broer heeft gegeven. Aan de muur hangen foto’s van mensen die oud zijn of dood; dat weet ik niet. Vast familie van Tom. Op het aanrecht staat een Senseo-apparaat. Dit is een keurig huis. De wc ruikt lekker fris. Als Tom de glazen met cassis heeft ingeschonken, is het tijd voor Parijs-Roubaix.

Het is mijn bedoeling om de gedachten en ervaringen van Tom te vergelijken met de werkelijkheid die ik zelf heb gezien, half april, in de bijrijdersstoel naast Rudie, in de zilveren Skoda van Skil-Shimano. Ik zat die dag middenin  het wielrennen in Noord-Frankrijk en Tom mengde zich daar tussen de grote jongens uit het peloton. In Parijs-Roubaix werd hij vrienden met Servais Knaven en reed hij Pozzato uit het wiel. ‘Kijk, dat ben ik,’ zegt Tom even later als we op de bank zitten. ‘Dikke kont, brede schouders.’ Tom lacht. Zo vaak ziet hij zichzelf niet terug op tv. Hij draait als vierde een kasseienstrook op. Eerst een renner van Quick-Step, dan twee van Silence-Lotto en dan Tom.

We gaan kijken.