HomeNieuwsBoekenSchrijversCatalogiPersColumnsLinksContact
 

Twitter Facebook


L.J. Veen E-books
De muur
L.J. Veen Klassiek

 
Voorpublicatie De Scharrelaar
Joost Prinsen

Voorpublicatie De Scharrelaar van Joost Prinsen

Zondag 28 mei 2006                                                       

Zevenhonderd ballen moet ik ophalen vandaag. Golfballen. Gekocht via internet van een gozertje in Doornspijk. Aardige jongen. Kwisvraag trouwens: in welke provincie ligt Doornspijk? Gelderland. Terug via Hilversum. Om vier uur bespreking daar over de herdenkingsbijeenkomst morgenvroeg voor Willem van Beusekom, mijn deze week gestorven directeur bij de NPS. Ik ben een soort ceremoniemeester, boel aan elkaar praten. Ik heb het bij honderd gelegenheden gedaan. Bruiloften, partijen, de Uitmarkt, op het toneel maar nog nooit bij een uitvaartdienst. Acht sprekers plus zang van Ruth Jacott en Willeke Alberti. Ben toch nerveus. Pijn in mijn rug trouwens. Al jaren lang pijn in mijn rug. "Je bent een Prinsen", zei mijn broer, "als je wakker wordt zonder pijn in je rug dan ben je dood".                                                            

Tekst leren nu voor de commissarisrol in Boks, een politieserie. Want na de begrafenis morgen moet ik door naar de opnames. We zitten weken lang opgesloten in een schoolgebouw dat als politiebureau is ingericht. Maar laat ik niet zeuren. Ik wilde al jaren zo'n rol.

Boks en ik

Jaren geleden speelde ik in een of ander stuk met de grote Guus Hermus. De beste acteur met wie ik ooit op het toneel heb gestaan. Juist in die tijd ging de eerste vaderlandse politieserie op de buis: Commissaris Maigret! Dat had me wel een rol voor Hermus geleken. In de pauze van onze voorstelling sprak ik hem hierover aan. Daar was enige moed voor nodig want ik had een beetje schrik van hem. "Meneer Hermus, bent u niet benaderd voor die rol van Maigret", vroeg ik. "Helaas niet", antwoordde de maestro, "het had me wel geleken. Een lekker rustige rol. En trouwens, de man die het nou speelt is van bordkarton".

Ik weet niet waarom maar die omschrijving "een lekker rustige rol" is me altijd bij gebleven. Dat leek mij ook wel. Zo'n hoofdinspecteur of commissaris die in een glazen hokje de boel zit aan te sturen. En

die halverwege de aflevering de zaak even mag samenvatten zodat de kijker weet waar hij aan toe is. "Dus het slachtoffer kende de verdachte van vroeger? Dan wordt het tijd dat we dat heerschap eens aan de tand voelen!" Dat soort zinnen zag ik mijzelf wel spelen. Nog niet zo makkelijk als u denkt. En als u me niet gelooft, probeer het zelf maar eens. Hardop graag.

Toen ik de vereiste leeftijd had, begon mijn jacht op een commissarisrol. Een jaar of acht geleden benaderde ik een castingbureau met het verzoek aan mij te denken als er weer ergens een inspecteur of zo nodig was. En verdomd, niet lang daarna mocht ik meedingen naar een grote rol in de serie "Russen". Het lukte me diverse selectierondes te overleven. Uiteindelijk bleven er twee kandidaten over, volgens de meneer van dat bureau. En één van die twee was ik! De ander was Hans Dagelet. Lang verhaal kort: Hans kreeg de rol. Speelde hij trouwens perfect. Maar wat had ik daar aan? Niets niemendal natuurlijk.

Een paar jaar later begon Linda de Mol haar acteercarrière in Spangen. Samen met Monique van de Ven speelde zij een soort Cagney en Lacey maar dan in Rotterdam. Dit keer mocht ik niet eens op auditie komen. De commissaris ( "Is de verdachte voortvluchtig? Dat zal de officier van justitie niet leuk vinden!") werd dit maal gespeeld door collega Tom Jansen. Geen kwaad woord, goede rol van de man. Maar jaloers was ik wel.

Dat werd pas minder toen ik een dik jaar geleden Piet Römer tegenkwam, Baantjer zelf. " Valt niks te spelen als rechercheur", zei Piet, " je kunt beter verdachte zijn, dat zijn de lekkere partijen". Zit iets in natuurlijk. Nu ja, ik had de moed al opgegeven op een rol met strepen op de mouw toen datzelfde castingbureau van acht jaar geleden belde: "Nieuwe Talpaserie in de maak! En wie gaat de commissaris spelen? Jij en jij alleen!" Onzin natuurlijk. Als ik alle rollen die gereserveerd waren "voor mij en mij alleen" nog moet spelen, kom ik aan pensioen niet meer toe. Ik hoorde trouwens  een hele tijd niets meer van dat bureau. Zo gaan die dingen. Normale gang van zaken. Maar ineens, maanden later, word ik gebeld door een costumière. Die wilde de maat komen nemen: "Voor Boks, die nieuwe politieserie waarin u de commissaris bent meneer Prinsen". Serieuze zaak. Castingmeneren geloof ik niet. Leugens om bestwil ( "De regisseur wil bij nader inzien toch een blonde acteur") zijn standaard in hun beroep. Onderdeel van het vak. Maar in costumières die de maat nemen, heb ik een heilig vertrouwen.

En zo heb ik nu al een hele serie opnames achter de rug als  commissaris Schneider. Rechercheur Boks, prima rol van Maarten Spanjer, heeft de hoofdrol. Maar ik mag van tijd tot tijd mee op pad. Want die Schneider trekt er graag op uit. Naar de haven waar een wagen uit het water getakeld wordt of naar een villawijk waar een oplichter zich verborgen houdt. Leuk werk, met tegenover je een hele serie verdachten gespeeld door goede collega's die je vaak al een tijd niet gezien hebt. En aan wie ik op natuurlijke toon mag vragen: "Dus u kende het slachtoffer niet persoonlijk?" Guus Hermus zou trots op me zijn geweest, dat weet ik zeker.

Trouwens die acteur van bordkarton waar hij het over had, wie was dat ook al weer? Nu ja, wil me niet te binnen schieten.

 Goed, pijnstiller innemen en de auto in. Op naar Doornspijk. Daar liggen mijn zevenhonderd ballen. In plastic bakken liggen nog driehonderdtachtig andere op een koper te wachten en ik zie er nog een kleine vijfhonderd in emmers bleekwater. Ik koop de hele handel op voor 22,50 cent per bal. Met wat ik nog thuis heb liggen, ben ik nu goed voor een kleine tweeduizend golfballen. Met mijn golfcapaciteiten zal ik ze de rest van mijn leven nog hard nodig hebben.

Snel naar Hilversum. De puntjes op de i voor de herdenkingsdienst van morgen. Even gesproken met Jan Willem, Van Beusekoms weduwnaar. Lieve man, lijkt me. "Meneer Prinsen", vraagt hij, "we sluiten muzikaal af met "La chanson des vieux amants" van Jacques Brel. Weet u toevallig waar dat lied over gaat? Mijn frans is niet zo goed." Die openhartigheid neemt mij erg voor hem in. Zaal bekeken, koffiekamers bekeken, volgorde nog eens  doorgenomen. Dan snel naar huis. Moe. Ik ben moe. Vroeger moest ik voor het naar bed gaan nog uit met onze Señor. Hond van Spaanse afkomst. Maar Senor is er niet meer.