Herman Brood: een man met een groot scorend vermogen
Dirk Jan Roeleven
Beschimmeld Brood (Eat your pie before you die): Herman Brood (1946-2001)
Herfst in Oostelijk Havengebied, zaterdagavond, 18.43 uur. Jongeman (45) verlaat appartement, gaat door gang, wacht op lift, stapt in. Ziet in spiegel tussen verdieping 4 en min 1 een volle haardos, maar ook flinke groeven in het gelaat. Gaat graven naar de stoffelijke resten van een jeugdheld. In de muffe berging van het flatgebouw. Fietsen eruit, dozen verschuiven, graaien naar schoolschriften van weleer. Gevonden, bekeken en besnuffeld. Hoopgevend materiaal. Flarden songtekst, gekladderd door een puber in de kantlijn van Economie ii en Aardrijkskunde. Mooi om in die vochtige ruimte te ervaren dat een zoektocht naar de nalatenschap van de jeugdheld ook een gang naar de eigen jeugd is. Verder zoeken. Meegezeulde krantenknipsels uit de begintijd van een journalistieke loopbaan. De niet zo jonge man vraagt zich af waarom dit alles zeven verhuizingen heeft moeten beleven. Wie wat bewaart, heeft wat? Trots op eerste stukjes in de krant? Romantiek? IJdelheid? Hoe dan ook, tussen de gemeenteraadsvergaderingen van Zoeterwoude (bij Leiden) en aankondigingen over de veiling ten bate van de missie moet in het Leidsch Dagblad een recensie staan over een optreden van de jeugdheld. Geschreven in de vorm van een open brief. Het plakboek gaat op het stapeltje schoolschriften om voor nadere studie naar de woonkamer te vervoeren. In een stalen rek staat een plastic melkkrat met oude geluidsbanden. Vermoedelijk al bijna dertig jaar niet meer afgespeeld. Wat een tijdsbeeld. Symfonische bullshit, zou de jeugdheld zeggen. Yes, maar ook Genesis (‘Selling England by the Pound’), Bad Company, Uriah Heep (‘Look at Yourself’), Junko Partner van James Booker, Golden Earring (‘Moontan’). Quasi-grappig ingevulde en ondertekende inhoudsopgave. recorded at dj roeleven studio’s en meer van die ongein. Met open vizier durven graven naar de jeugd(held) is een genante aangelegenheid. Zoeken naar de geluidsband met opnames van een liveconcert in Alkmaar, verregend en wel in het kader van Vara’s Lijn 3. De Vara reed met een bus de hele dag door Nederland, maakte interviews met ‘de gewone man’, presenteerde programma’s op locatie en om een uur of vier ’s middags eindigde de radiodag met liveoptredens van gerenommeerde bands. Alkmaar was een legendarisch concert. Schat dat het in 1977 moet zijn geweest. De geluidsband is er nog. Op de doos van de basf tape (90 minuten bij snelheid 9.5 cm/s) staat dat het concert in 1978 was. Ook Mink DeVille speelde daar op Alkmaar Pop. Benieuwd of hij niet is verpulverd. Vind een ander bandje (Ampex 641 professional). Gejat op die Leidse middelbare school, getuige het opschrift havo 1975 luistervaardigheidstoets cito. Achterop staan met balpen geschreven de overzichtelijke wijsheden van de jeugdheld die destijds als mantra fungeerden: ‘For every high there’s a downer, for every downer a high’ en ‘Everything that makes you feel good, is good’. Om de banden te kunnen beluisteren, begint het zoeken naar het destijds fameuze schuine Sony tapedeck (de driekoppige tc 377). Een grijze paardendeken omhult de antieke mechanische elektronica. Al zo’n dertig jaar van huis tot huis vervoerd. Het pakket zit vastgekoekt aan de stalen kast. Meer kracht. Het laat los, maar de deken is keihard geworden van het vocht. Het uitpellen van het apparaat is geen feest voor de zintuigen. De doeken hechten aan het houten omhulsel van de bandrecorder. Een penetrante geur stijgt op. Zachte, witte plakken hangen aan het apparaat. Vette schimmel. Gadverdamme. Het elektriciteitssnoer zit volledig onder de witte drab. Walging. Extase. Euforie. Gestorven jeugdheld komt alleen via stinkende authenticiteit uit de kelder weer tot leven. Geen cd’s, maar bandopnames. Niet de overzichtstentoonstelling in het Groninger museum, maar je eigen schoolschriften. Niet de prachtboeken van Bart Chabot, maar je eigen afscheidsbrief aan je held. Schijnbaar is alles al die jaren meegetroond voor dit moment van privéarcheologie. Voor afscheid, herkenning, catharsis, de balans van de jeugd? Het totale pakket (beschimmelde bandrecorder, twee geluidsbanden, twaalf schoolschriften en een plakboek met eigen werk) gaat mee naar de woonkamer op de vierde verdieping. In de lift staat een medebewoner. Vreemde sensatie. Ze krijgt een verontschuldiging voor de stank. Maar geen uitleg. Het voelt als betrapt worden tijdens een geheime missie. Als ik een top drie zou moeten maken van de meest bepalende gebeurtenissen in mijn leven, dan staat de ontmoeting met muziek, tekst en persoonlijkheid van Herman Brood op drie. Hij schonk vitalisme, relativering, troost, humor, soul, stijl, eigenzinnigheid, lef. Lust for Life. Nog dagelijks lees ik anno 2007 de flard van een liedtekst (uit: ‘Pop’) als ik mijn mobiele telefoon inschakel. De welkomsttekst is ‘Eat your pie…’ Het geheel luidt: ‘Eat your pie, before you die.’ Onverwoestbaar credo. Geschreven door de Nijmeegse junkiedichter Pé Hawinkels ‘die helaas, onlangs… overleed’, placht Brood daar tijdens optredens aan toe te voegen. Hawinkels stierf in 1977, vierendertig jaar oud, aan een hartaanval. Op plaats twee van die karaktervormende top drie staat het voltooien van acht hele marathons en het per racefiets bedwingen van bergreuzen boven tweeduizend meter hoogte. Afzien in weer en wind bracht mij discipline, zelfrespect en uiteindelijk zelfvertrouwen. Onverwoestbaar op een staat het verlies van een jonge vader. Hij was drieënvijftig en ik was vijftien. Precies, de leeftijd dat Brood zo’n beetje langskwam met al zijn wijsheid. Het zal geen toeval zijn geweest dat Brood vanaf dat moment een belangrijk deel van mijn opvoeding voor zijn rekening nam. Vader Theo had longkanker sinds mijn twaalfde. Terminale zieke leerde en passant zijn zoon belangrijke levenslessen, maar liet ook zien dat je zelfs als stervende man nog blijdschap en vrolijkheid kunt verspreiden. Op een zomerse Joegoslavische hotelkamer was klein, bang jongetje ooggetuige van bloed spugende, in doodsangst verkerende man. Het jochie spreekt zijn vader moed in. Het was vast een loszittend draadje, van de operatie nog. Daarom hoestte hij natuurlijk zo hard en zo vaak. Nu zou alles goed komen. En alles kwam goed. Goed fout. Een voorjaar later wordt Theo Roeleven, kruidenier, Ajacied, humorist, belhamel, harde werker, ex-stevige-roker, mens van goede wil, verbrand in een Haagse oven. Hij had nog veel willen doen, na zijn pensioen. Levenshouding van huilende zoon op de eerste rij in de aula van het crematorium voorgoed gevormd. ‘Eat your pie, before you die.’ Eenmaal boven met de buit, gaat een gele Vileda-doek langs de stinkende Sony tc 377. Met tegenzin toont het ding zijn glimmende gezicht. De drie koppen ga ik voor het in werking stellen van het apparaat natuurlijk liefdevol op de klassieke wijze van vroeger reinigen: met een in spiritus gedrenkt wattenstaafje. Maar dat moment stel ik nog even uit. Ik pak eerst de schoolschriften. Ruik eraan. Muf. Een schrift zonder omslag over Couperus, W.F. Hermans en Martinus Nijhoff. Nederlands. Leraar Raymond Joseph Benders droeg knickerbockers, lorgnet en had een krulsnor. Kwam naar school per taxi. Had een Perzisch tapijt in zijn klaslokaal, dronk Spa Rood uit een wijnglas, rookte sigaren in de klas en snoepte Droste chocolade onder de kamerpalm naast zijn antieke houten bureau. Geen rock-’n-roll, wel een rebel. Stuurde voor het eerst in zijn loopbaan iemand wegens onhandelbaar gedrag de klas uit. Alleenstaand op de gang schrok ik, maar was ook trots. Aandacht. Branie. Brood. Benders staat zeker in mijn top tien van karakterbepalers. Gaf een zeldzame tien voor (helaas zoekgeraakt) opstel over de dood van mijn vader. Nam me apart op de gang om te vragen of hij het opstel aan de klas mocht voorlezen. Ik weigerde. Tussen de aantekeningen Nederlands weinig verwijzingen in de kantlijn naar de heldenstatus van de Zwolse dichter, schilder, muzikant. Wel rare tekeningen met mengpanelen, slangen, bomen en een kaart van Afrika. Het rode schrift van de firma Zandvliet uit Leiden met duits op de kaft oogt veelbelovend. Op de omslag tekeningetjes van spermatozoïden, penissen en wijd opengesperde vrouwenbenen. Brood kan niet ver weg zijn. Inderdaad, na enkele pagina’s wordt plots een vertaling over ‘der Suez-Kanal’ afgebroken met verveling verzuchtende liedteksten als ‘Can’t stand it any more’(Brood zong Lou Reed), ‘Sometimes I feel like pourin’ it all out’ (Brood zong Graham Parker & The Rumour) en ‘It’s coming out of my nose’ (Brood zong Brood: Dope Sucks). Op een los stencil over de Ku Klux Klan staat met rood geschreven: ‘Prrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr!!! Cha – Cha…’ De strijdkreet van Hermanus Brood tijdens liveoptredens. In de microfoon gespuwd en door de hardcore fans in het publiek veelvuldig geïmiteerd, liefst op het moment dat de voorzanger zijn microfoon met zijn gehoor deelde. Verder bevat het stencil verwijzingen naar klaarblijkelijk liefdesverdriet van de zestien-jarige puber. Ik lees een snipper JJ Cale: ‘There ain’t no woman who’s gonna make a fool out of me’ en herken Hall & Oates’ ‘What do you want the girl to do, the only thing she really wants is you!’ Volgend schrift: geschiedenis netschrift staat erop. Geen Brood te bekennen. Groen schrift, economie i, op het omslag: ‘Pain is exclusive, Skid Row. Pé Hawinkels.’ En daaronder: ‘Doing the handjive, just to kill the time’(uit: ‘Still believe’). Het lijken rotstekeningen, dertig jaar na dato. Indicaties van een ongedurig puberbrein. Op het Aardrijkskunde-omslag kom ik een getekende injectiespuit tegen. Daaronder: ‘Of course I know I’m spoiling myself’ (uit: ‘Pop’). Een proefwerk voor het examen Geschiedenis van Scholengemeenschap St. Agnes te Leiden. Gedateerd 21 mei 1978. Bovenaan staat: ‘And when I do my suicide for you, I hope you’ll miss me too’ (uit: Rock ’n Roll Junky). De tekst die na de sprong van het Hilton op 11 juli 2001 het meest werd geciteerd vanwege de vermeende voorspellende kracht. Te midden van de banden en de schriften komt de vraag op wat die held nou zo bijzonder maakte. Ik besluit even op het digitale themakanaal/geschiedenis.vpro.nl te kijken naar Wonderland van de vara uit 1978. Het beroemde Broodinterview in de trein. Voor het aanzien van het volk snuift hij speed en drinkt rum uit de fles. Biedt heel beleefd de cameraploeg ook wat te snuiven en te drinken aan. Mijn held is vermoedelijk toen geboren. Schijt aan alles, maar met manieren. Schaamteloos spottend met leven en dood omdat hij het leven zo lief heeft. Dat gecombineerd met de ultieme Broodplaat ‘Street’ (Huntin’ & Pissin’, Eatin’ & Fishin’) maakte me volstrekt verloren voor dit fenomeen. Een man met een groot scorend vermogen: oneliners tegen de kleinburgerlijke moraal (waar ik zelf ook mee was grootgebracht), intelligente woordspelingen, humor, lef, gevarieerde muziek (soul, blues, jazz, rock-n’-roll) en poëtische teksten die een zoekende jongensziel troost bieden en wapenen tegen de kwetsuren van de puberale werkelijkheid. Geen voorbeeldfunctie, eerder iets als herkenning. Identificatie. Maar dan met minder verslavende drugs en minder grote hoeveelheden drank. Hoewel ik met graagte Broods voorkeur voor zoete drankjes deelde: Pisang Ambon, Wodka, Campari, Grand Marnier, Cointreau… Terug naar de laptop met vara’s Wonderland. De camera volgt de r&r-man als hij zijn wit geschilderde, maar bijna lege woning betreedt. Brood loopt, met een fles rum nonchalant zwaaiend in de hand, de woonkamer in. Wat daar staat? Niets, behalve een spiegel, een paar speakerboxen, een versterker en een schuine Sony tc 377 bandrecorder. Ik krijs inwendig, míjn held had míjn bandrecorder. Of andersom. Dat moet een teken zijn om onmiddellijk te gaan proberen geluid uit de beschimmelde doos te toveren. Op zoek naar wattenstaafjes en spiritus om de koppen te reinigen. Er komt zwarte drab van de koppen en van het loopwerk. En nu maar hopen dat het apparaat wil draaien. Spannend moment, vooral om redenen van sentimentaliteit. Op hoop van zegen steek ik de stekker in het stopcontact. Lichtjes van de vu-meters branden. Volgende fase: band inleggen. Voelt alsof ik het nog dagelijks doe. Netjes met de vinger de aanloopstrook in de lege haspel klemmen. Dan de grote knop naar play draaien. Die wil niet. Wat nu? Openschroeven? Geen verstand van techniek. Alsof het zou kunnen helpen switch ik wat met schakelaartjes op het deck. Vooruit spoelen lukt nu wel. Besluit dit hoopgevende signaal te belonen door het apparaat op de versterker aan te sluiten. Brood zal terugkeren! Hoor niks als ik de band langs de koppen laat lopen. Niet zo gek, de knop tape staat niet aan. Als ik die aanzet komt er een hoop onderaards gemormel uit de speakerboxen. Veel ruis en heel in de verte meen ik Brood te horen. Ik zet de snelheid op 9.5 meter per seconde en luister goed naar de beangstigende klanken. Lijkt me dat dit een liveconcert is. Hoor ‘You’re too slow’ maar verder is het een afgrijselijk gehoor om heel deep down Brood te horen proberen de dertig jaar oude, beschimmelde techniek te overstemmen om zodoende het land der levenden te bereiken. Stop ermee. Straks nog eens proberen. Zet dan maar een lp op. Street, met Brood groen als the Incredible Hulk op de hoes. De plaat die letterlijk grijs is gedraaid. Brood bruist me tegemoet. Ben meteen weer dat jochie in die zweterige zaaltjes waar je je voorin waagde tussen de pogoënde andere jongens. Stevige schoenen of laarzen aan, veters goed vast en vooral niet schromen om net als de held een jasje, gilet of wit overhemd te dragen. Handen uit de mouwen om de microfoon te pakken te krijgen. Beetje vet haar, niet kort, niet lang. Meezingen met teksten die je kan dromen en die je in de schoolbanken overeind hielden. Te veel bier. Blowen, natuurlijk. Kapotgaan vooraan met de stoere jongens. Bezwete jongenslijven die elkaar met zacht geweld teisteren en tegen elkaar en het podium hangen. Hopen op oogcontact met de held of de gitarist. En na afloop met fluitende dove oren roepen om meer. Overal dezelfde taferelen. In Noordwijk, Haarlem, Leiden, Amsterdam, Rotterdam, Voorschoten. Met fiets, bus en trein erheen. Opgewonden en ingedronken met de jongens. Aardige jongens. Vertederende terugblik eerder dan een schaamtevolle. Verliefd weer. Op Sonia, op Herman, op het leven. Wilde nachten, wilde avonturen. ’s Nachts met een fles champagne en twee glazen op de lederen achterbank van een geparkeerde, maar niet goed afgesloten Citroën ds drinken en zoenen met je meissie. Om halfvijf ’s morgens met een volle Renault 4 door een wegversperring knallen, bloedende medepassagiers, toch nog even voor pleisters en rum-cola naar een nachttent en uiteindelijk met zwaar beschadigde auto naar huis. Foei natuurlijk. Gevaarlijk ook, maar ja. Brood zou het wel snappen. En mijn vader ook. Een tweede poging de bandrecorder geluid te laten geven. Meer succes. Met de linkerhand hou ik de linkerspoel tegen en met de andere hou ik de play-knop vast. Herken muziek en de sfeer. Inderdaad, een liveconcert. Moet het zo vaak gedraaid hebben dat ik dertig jaar later tijdens het applaus na ‘Too slow’ nog precies weet welk nummer zal volgen en met welke intonatie Brood gaat zeggen: ‘Een liedje over de straat jongens… Street!’ Ga terug naar het stapeltje schriften. Er ligt nog een kleintje te wachten met als opschrift: het herman brood curiosa album. Daarin verslaglegging van ervaringen en citaten. Een lijstje met de Broodconcerten die ik tot dat moment had bezocht. ‘Het negendeconcert is in aantocht’ staat erboven. Nu blijkt dat ik Brood voor de eerste keer zag optreden in het Leids Vrijetijds Centrum. ‘Veel piano nog,’ staat erbij. De tweede keer in het voorprogramma van Golden Earring. ‘Sloeg niet aan,’ noteert de jeugdige chroniqueur. Bij het vijfde, in de Stadsgehoorzaal te Leiden staat : ‘Remember Sonia, during Street.’ Helaas is die herinnering vervaagd. Sonia, mijn toenmalige en langdurige Grote Liefde, zie ik al jaren niet meer. De liefde voor Brood en voor Sonia liep parallel. Zij bracht de lp Street in mijn leven. Stiekem zoenen op ‘Feels like love’ bij haar thuis, terwijl hele strenge ouders beneden elk geluidje uit haar meisjeskamer trachtten te traceren. Dagelijks spijbelen, uit regenpijpen klimmen, altijd te laat thuis, te veel drinken, blowen, en… De Eerste Keer. Welke rol Brood daarbij speelde is me niet meer bekend, wel dat haar vader er onmiddellijk achter kwam en belde met de mededeling dat-ie al mijn botten wilde breken. Sonia moet Street duizend keer gedraaid hebben. Zong alles mee en maakte me ook daarmee heel gelukkig. Ik was de boy uit ‘Hey Boy I Can See, You’re One of Our own.’ Toen zij door haar Colombiaanse moeder en Rotterdamse vader naar een Engelse kostschool werd gestuurd om haar uit mijn buurt te houden (‘Jij hebt mijn dochter aan de drugs en aan de sex gebracht,’ zei haar moeder in gebroken Nederlands met het Spaans-Nederlands scheldwoordenboek op schoot), reisde ik haar achterna met Brood als metgezel. Op de boot naar Harwich met een Britse Hell’s Angel op een walkman naar Street zitten luisteren. Pisang Ambon met jus drinkend en vervolgens broederlijk op zoek naar een lege hut. Gevonden en met kleren aan op bed gaan liggen. Na een kwartier werden we er al uit gegooid. Ik liet wijselijk de grote Angel tegen de purser praten. Voelde als rock-’n-roll. Kleine polderpuber in de grote wereld. Dankzij Brood, die het goede voorbeeld gaf. Overigens was dat onaangekondigde bezoek aan de peperdure Engelse kostschool fataal voor de toch al gespannen relatie met de ouders van mijn geliefde. Mijn komst werd door de schooldirecteur ontdekt, terstond werden de ouders gebeld, die prompt met de Audi 80 de boot namen om hun dochter eens ernstig te gaan toespreken. Ik sliep met de muziek van Brood als soundtrack in een vunzig en gehorig zeemanshotel in Halifax waar Sonia al spijbelend heen kwam en waar we elkaar vervolgens langdurig en intens liefhadden. Toen haar ouders arriveerden, zat ik alweer op de ferry naar Hoek van Holland. Twee maanden later werd ze van de kostschool verwijderd. Herman Brood werd steeds belangrijker voor de verliefde jongeling op zoek naar kicks & chicks. Ik lees in Het Herman Brood Curiosa Album: ‘Optreden 7, Koets-o-Theek, Leiden.Tot nu toe het beste. Microfoon twee keer mogen betasten. Een keer gooien, een keer Prrrrrrrrrrr. Daarnaast twee keer het idool via handen kunnen aanraken.’ Verder lees ik onder ‘andere bijzondere ervaringen met HB’:
- boot naar Ibiza, op het dek.
- Discotheek Hollywood: pourin’ it all out
- Verschijnen van Shpritsz, dat dagje bij Tool
- Interviews Oor en Nieuwe Revu
Enige toelichting is hier geboden: de fan ontpopt zich op een gegeven moment tot missionaris. Als boezemvriend Tool en ik liftend op vakantie gaan naar Ibiza willen we in elke auto die ons meeneemt Broods muziek laten horen. En aan boord van de veerboot Barcelona-Ibiza vergaren we aan dek een groep Spaanse en Engelse jongelui rond de cassetterecorder in een poging ze te bekeren. De cassette met Herman Brood Live gaat ook mee naar de discotheken van Ibiza. De dj wordt net zolang geteisterd met het verzoek een nummer te draaien tot we ons zin hebben. Meestal vinden ze het te heftig. Te punk, te Billy Idol. Toen we de speedy Broodversie van ‘Pourin’ it all out’ een keer in discotheek Hollywood gedraaid kregen en er op onze, nogal heftige manier op reageerden, brak er op de vloer prompt een vechtpartij uit waarbij we alleen met behulp van een paar sterke Engelsen de dans konden ontspringen. Via een wc-raampje de tent verlaten. Volgende dag bij de portier het cassettebandje weer opgehaald. Brood nooit meer aangeboden aan buitenlandse dj’s. Het Curiosa Album (groot woord voor een stuk of tien volgekalkte blaadjes in een schoolschrift) geeft verder blijk van een registrerende geest. Ik heb destijds Broods tussenteksten bij optredens letterlijk (en in schoonschrift) zitten uitschrijven. Bijvoorbeeld, uit Amigos de Musica van de vpro:
Helaas, vanavond geen rock-jazz, geen symphoniese bullshit of lange solo’s, maar eenvoudige instinct-pop. In-stinct-pop. Over sex & onbetrouwbaar, pharmaceuties en toch Naturell, psychotonies, maar... Shpritszig en bovendien zeeeeer opgefokt.
Verderop boekstaaft de nauwgezette notulist de volgende tekst van zijn held:
Jongens, een probleem… Het volgende nummer gaat over een probleem waar wij als moderne band (hebben wij gedacht, na rijp beraad) onmogelijk aan voorbij kunnen gaan. de narcotica. Het heet: One more dose, caus’ he never snose when to qu-it. Een melodrama in 2 minuut 75.
Op 26 maart 1984 neem ik afscheid van Herman Brood als muzikale held. In een plakboek met artikelen die ik tussen juni 1983 en april 1984 als freelance medewerker schreef voor het Leidsch Dagblad staat tussen de collecte voor een dagje uit voor de Zoeterwoudse bejaarden en de onzekere subsidie voor een Voorschotens jongerencentrum een recensie van een optreden van Herman Brood met als kop: ‘Niet veel (goed) nieuws, beste Herman’. De jeugdige recensent (22) kiest de gewaagde vorm van een open brief voor zijn stuk. Omdat hij zijn held heeft zien sneuvelen en hem weer overeind wil helpen. Aanmatigend natuurlijk, maar ach. Ik lees:
Beste Herman, vrijdagavond zag ik je voor de twaalfde keer in mijn leven optreden en kon het maar matig waarderen. […] Je flikt hetzelfde kunstje als pakweg zeven jaar terug. Het verschil is dat je toen slechts uit je neus hoefde te peuteren om het publiek uitzinnig te maken, gisteravond moest je meer laten zien. Veel (goed) nieuws had je niet te melden. […] Ik moest denken aan je idool Elvis Presley, die eindigde als een zichzelf repeterende vetzak in Las Vegas. Teren op vergane glorie, die kant ga jij toch niet op? […] Hoewel ik afhaak, moet je toch maar zo doorgaan. Erg veel mensen vermaakten zich gisteravond met je ‘act’, en dat is fijn. Maar creatief en muzikaal zie ik helaas geen vooruitgang. Leefde Pé Hawinkels nog maar! Ondanks alles, blijf lekker veel optreden (‘Speedo he will never take it slow’), je bent het waard om gezien en gehoord te worden. Een nieuwe generatie staat waarschijnlijk te popelen om een idool […] Herman, veel sterkte met je terugkeer naar de top. Vaarwel. San Sebastian, 11 juli 2001. Op het strand van de Baskische stad piept een mobiele telefoon. Sms-bericht. Vriend Frans schrijft: brood is dood! Wááát?? Na enig heen en weer sturen van berichten wordt het wat en hoe duidelijk. Boezemvriend Tool stuurt bericht: ‘When I do my suicide for you, I hope you’ll miss me too.’ Even overweeg ik de vakantie te onderbreken om naar de begrafenis te gaan. Maar ik blijf in Baskenland. Herdenk hem in passerende kerken, brand kaarsen en denk aan de keren dat ik hem heb ontmoet. Twee jaar eerder in zijn atelier waar we hem filmden voor een documentaire over zijn vriend Anton Corbijn. Toen ik even naar de wc ging voor een plas en daar Herman tegen het lijf liep, met een geladen injectiespuit in de hand. Gek genoeg voelde dat als de gewoonste zaak van de wereld. En wat was hij vervolgens goed voor de camera. Power-painted en Corbijn treffend karakteriserend. Of die keer in 1987 toen ik zijn sportschilderijen als prijs voor een quiz in het kro-programma Sport op Vrijdag had bedacht. Herman en manager Koos van Dijk kwamen naar de studio om te vertellen over Hermans passie voor sport (Joop Zoetemelk!). Ik mocht het praatje van Herman met co-presentatrice Hansje Bunschoten voorbereiden. Was van meerdere kanten gewaarschuwd. ‘Hou Herman in de gaten, hij kan zo de benen nemen en dan vind je hem niet meer terug.’ Een glorieus moment, de eerste keer dat ik mijn held van dichtbij meemaakte. Hij was beleefd, grappig en intelligent. Ik haalde drankjes voor hem, zorgde dat het hem aan niets ontbrak en gedroeg me zo coolmogelijk. Vooral niet laten merken dat hij je held is. En geen fangedrag. Stel je voor zeg! Het ging goed, ik week geen moment van Hermans zijde, waakte bij het toilet waar hij verdomd lang op bleef en zwaaide hem uit na vertrek naar Amsterdam. Herman Brood, forever Held. |