HomeNieuwsBoekenSchrijversCatalogiPersColumnsLinksContact
 

Twitter Facebook


L.J. Veen E-books
De muur
L.J. Veen Klassiek

 
Lees nu een fragment uit 'Roxy en de houserevolutie'
Job de Wit

Amsterdam comes to London

Op vrijdag 2 september 1988 is de voorpagina van het kunstkatern van de Volkskrant helemaal gewijd aan acid-house. Redacteur Gert van Veen plaatst de aankomende manie in een kader dat er voor zorgt dat iedere zichzelf respecterende muziekliefhebber deze ‘kolkende extase’ minstens één keer zou willen proberen. Thuis eens een acidplaatje opzetten is geen optie, dit is muziek die je moet beleven. ‘Het is zó belangrijk waar je ’t hoort, wanneer je ’t hoort en hoe je ’t hoort,’ schetst Eddy de Clercq in het stuk. ‘House en acid zijn net zo goed als de dj die draait. In de clubs komt de muziek pas tot leven.’

Het artikel maakt geen melding van het grote London Comes to Amsterdam-feest de volgende dag op het knsm-eiland. Wie aan een half woord genoeg heeft, weet echter genoeg: ‘Een nacht lang acid-house geeft je vroeger of later het onwerkelijke gevoel deel uit te maken van een surrealistische droomwereld.’

Van Veen: ‘Ik had een ontzettend wervend verhaal opgehangen bij de kunstredactie. Als musicoloog was ik in staat alle termen te gebruiken waarmee ik mensen die alleen met beeldende kunst of literatuur bezig waren duidelijk kon maken dat hier echt iets bijzonders aan de hand was, én dat het ook onze plicht was als kunstredactie van de Volkskrant om dat te melden. Ik was toen ongeveer een maand aan het feesten, ik was meteen hooked. Ik probeerde nog wel de toch enigszins nuchtere toon van de Volkskrant te behouden, maar het artikel was toch heel erg wervend. Datzelfde weekend kwam alles samen. Dat was het weekend waarin dat grote Soho Connection-feest werd gehouden, en ook het eerste weekend dat er voor het eerst een lange rij bij de Roxy voor de deur stond. In die tijd hadden kranten veel meer impact dan nu, en dat stuk op de voorpagina van de kunstbijlage sloeg in als een bom. Jaren later kwamen er nog mensen naar mij toe die het aan hun muur hadden gehangen. Er was een grote kloof ontstaan tussen mensen die het begrepen en mensen die het niet begrepen. Dat ervoer ik heel direct omdat we toevallig dat weekend met alle journalisten die er toe deden in één vliegtuig naar Londen vlogen voor een concert in het Wembley-stadion. Die hele fucking vlucht heeft Jip Golsteijn van De Telegraaf mij zitten uitfoeteren dat waar ik over schreef niet eens bestónd. Ik lag er in één keer bij een heleboel mensen uit.’

Een lijn wordt voortgezet

Half juli

Toch te veel house. Afspraak: meer afwisselen. Zaterdag concurrentie van Department Store. Tweede kwartaal 20 000 verlies, liquiditeitsproblemen.

Eind juli

Vrijdag Afrikaanse ritmes met house gemengd, werkt prima (Joost).

Begin augustus

Vrijdag heftige housemuziek gedraaid. Deze lijn wordt voortgezet, in de hoop dat het publiek blijft en zich verder uitbouwt. Eind augustus wordt geëvalueerd.

Begin september

Vrijdag weinig mensen, vaste klanten zaten op housefeest Weesperzijde. Zaterdag: goede avond.

Maz Weston: ‘Binnen een paar weken wisten de mensen die een beetje in the know waren van de hype in Engeland, en wilden ze het hier in Nederland proeven. In die tijd waren er niet zoveel feesten. Misschien was er één keer in de maand iets, en als je het dan in de haven van Amsterdam heel groots aanpakt, is dat voor heel veel mensen heel interessant.’

          De acceptatie van house groeit langzaam maar zeker, tot het tegen het einde van de zomer ineens heel snel gaat. Van Brummelen: ‘Voordat ik op vakantie ging, was het nog business as usual in de Roxy, er gebeurde niet zoveel. Toen ik terugkwam, stond iedereen te stampen. Daarna ging het helemaal los.’

Brighton-connectie

Paul Jay begint als dj (electro, hiphop) in zijn studententijd; in de eerste helft van de jaren tachtig studeert hij aan de kunstacademie in Sheffield, Noord-Engeland. Aangestoken door de rare-groove-rage verhuist hij naar Brighton, waar hij een andere diskjockey uit Sheffield ontmoet, Graham Lusty alias Graham B. ‘Ik werkte in een platenwinkel in Brighton en alle housemuziek uit Chicago kwam daar binnen. Er was een grote gayscene in Brighton en uit heel Zuid-Engeland kwamen dj’s om platen te kopen voor de gayclubs. Zij waren de enigen die geïnteresseerd waren. De eigenaar van de winkel dacht ook niet dat het ergens anders zou aanslaan. Het tempo was hoger dan al het andere dat werd gedraaid. Een heleboel belandde in de uitverkoopbakken en daar haalde ik ze dan voor een pond per plaat weer uit. Ik vond het hartstikke tof! Op zondag werkte ik in mijn eentje in de winkel en dan draaide ik het voortdurend. Ik weet nog dat ik dacht dat het te gek zou zijn als je dat ook in een club zou kunnen doen. Dan zouden ze het wel snappen. Men draaide af en toe eens een nummer, en dan haalden ze ook nog eens het tempo omlaag naar een hiphoptempo, zo’n 105 à 110 beats per minuut. Het paste alleen met wat oude disco, het was gewoon te snel, een technische kwestie! Het was heel moeilijk om er van een langzaam tempo naartoe te mixen, tenzij je er disco omheen draaide, en dat deden we dus. Níémand in die tijd zou het geaccepteerd hebben als je alleen maar house draaide! Je zou de vloer leeg hebben gedraaid. Het was al moeilijk genoeg om meer dan één houseplaat in een blokje te draaien. Ik draaide een hoop James Brown, dat soort muziek, en dan iets als Evelyn Champagne King, wat 128 bpm is, dat kennen de mensen, en dan een houseplaat. Dat was er dan ééntje, en dan was het al van hmmm... Niemand zag het echt zitten, ook al waren er een paar goede nummers, hits zelfs. Maar niemand draaide alléén house. Er was niemand die er zelfs maar aan dacht, denk ik.’

Eng Bo Kho: ‘Omdat er nog te weinig houseplaten waren om een avond mee te vullen, draaide iedereen heel veel Philly-disco. Dat paste perfect. Dimitri is de eerste geweest die zich heeft afgewend van die muzikale freaks en die de hele avond house is gaan draaien. Zelfs Eddy hield het op een gegeven moment niet meer, en moest dan een Vince Montana of iets anders draaien.’

Samen met Graham B begint Paul Jay een dj-duo dat rare-groove draait en ‘acid jazz’, een term die feitelijk niets met acid-house te maken heeft maar wat wel een opvallende naam is om de jazz- en latinkant van de rare-groove te promoten. De bekendste dj in Brighton is Norman Cook, die in de jaren negentig wereldberoemd zal worden onder de naam Fatboy Slim. ‘Het was zo’n kleine scene dat er weinig plekken waren om te draaien. Graham reisde een vriendin naar Nederland achterna en vroeg of ik ook wilde komen, om te kijken of we hier wat klussen konden krijgen. De eerste keer dat ik overkwam was tijdens de openingsweek van de Roxy, dus wij gingen meteen bij Eddy de Clercq langs om te vertellen dat we rare-groove-dj’s waren. Hij zei: o, dan kunnen jullie op maandag draaien! Niemand deed die muziek hier. We begonnen dus al met draaien in Amsterdam voordat ik verhuisd was. Ik kreeg een baan bij de Richter, en ik had hier meer werk dan in Engeland. Ik had nooit gedacht dat ik hier voorgoed naartoe zou komen. Het was meer: dit komt goed uit, een paar klussen, een kans om te draaien, en ik hou het in Engeland nog even warm.’

Weston: ‘Als je wilt dj’en en dingen wilt organiseren, is het heel prettig als je zonder geld en zonder woning in een stad komt en het meteen in de eerste week raak is. Maar als mensen aan mij vragen waarom ik naar Nederland verhuisd ben, zeg ik: Maggie Thatcher. Er hing zo’n vreselijk deprimerende sfeer in Engeland! Het is moeilijk om dat gevoel weer op te roepen, maar als je jong bent en je hebt het idee in je hoofd dat je iets nieuws gaat doen, dat je gaat verhuizen, dan lukt dat. Ik had helemaal geen verwachtingen. We gingen het een paar maanden proberen, en anders gingen we weer verder. En twintig jaar later zijn we nog steeds hier!’

Maar de Engelse rare-groove-dj’s boeken aanvankelijk geen succes in de Roxy; er komt bijna niemand op hun maandagavond af. Paul Jay: ‘Hoe leeg is leeg? Tien, misschien vijftien mensen. Maar onze avond in de Richter was wel een succes, op vrijdag én zaterdag, en soms op woensdag. Ik herinner me nog dat ze mij vertelden dat het niet ging werken, die undergrounddansmuziek. Met Eddy wilden ze het nog wel een tijdje proberen, maar daarna was het overgegaan op studentenrock. En ik dacht nog: misschien hebben ze het wel bij het rechte eind, want er komt ook niemand! Maar house heeft juist alles gered.’